Pagina 1 van 1

Energielek scan

Vraag 1 Na een overleg is niet altijd concreet wie wat wanneer oppakt.

Vraag 1 Na een overleg is niet altijd concreet wie wat wanneer oppakt.
A
B
C
D
E

Vraag 2 Prioriteiten verschuiven zonder dat helder wordt wat daardoor vervalt of verandert.

Vraag 2 Prioriteiten verschuiven zonder dat helder wordt wat daardoor vervalt of verandert.
A
B
C
D
E

Vraag 3 Besluiten worden later opnieuw besproken, terwijl ze eerder al genomen leken.

Vraag 3 Besluiten worden later opnieuw besproken, terwijl ze eerder al genomen leken.
A
B
C
D
E

Vraag 4 Problemen blijven soms liggen omdat niet duidelijk wordt wie de volgende stap zet.

Vraag 4 Problemen blijven soms liggen omdat niet duidelijk wordt wie de volgende stap zet.
A
B
C
D
E

Vraag 5 Afspraken worden gemaakt, maar er wordt niet altijd op teruggekomen of ze uitgevoerd zijn.

Vraag 5 Afspraken worden gemaakt, maar er wordt niet altijd op teruggekomen of ze uitgevoerd zijn.
A
B
C
D
E

Vraag 6 Leidinggevenden pakken regelmatig zaken op die eigenlijk ergens anders in de organisatie horen.

Vraag 6 Leidinggevenden pakken regelmatig zaken op die eigenlijk ergens anders in de organisatie horen.
A
B
C
D
E

Vraag 7 Spanningen worden vaak pas besproken als ze al groter zijn geworden.

Vraag 7 Spanningen worden vaak pas besproken als ze al groter zijn geworden.
A
B
C
D
E

Vraag 8 Na overleggen ontstaan er gesprekken in kleinere groepjes over wat eigenlijk gezegd had moeten worden.

Vraag 8 Na overleggen ontstaan er gesprekken in kleinere groepjes over wat eigenlijk gezegd had moeten worden.
A
B
C
D
E

Vraag 9 Mensen houden soms hun echte mening voor zich om gedoe te voorkomen.

Vraag 9 Mensen houden soms hun echte mening voor zich om gedoe te voorkomen.
A
B
C
D
E

Vraag 10 In rustige periodes lijkt de samenwerking beter te lopen dan op momenten waarop het erop aankomt.

Vraag 10 In rustige periodes lijkt de samenwerking beter te lopen dan op momenten waarop het erop aankomt.
A
B
C
D
E

Vraag 11 Bij onzekerheid gaan mensen sneller invullen, afwachten of elkaar corrigeren.

Vraag 11 Bij onzekerheid gaan mensen sneller invullen, afwachten of elkaar corrigeren.
A
B
C
D
E

Vraag 12 Als het spannend wordt, reageren mensen sneller vanuit controle, verdediging of terugtrekken.

Vraag 12 Als het spannend wordt, reageren mensen sneller vanuit controle, verdediging of terugtrekken.
A
B
C
D
E

Vraag 13 Er zijn onderwerpen waarvan iedereen voelt dat ze meespelen, maar die niet helder worden uitgesproken.

Vraag 13 Er zijn onderwerpen waarvan iedereen voelt dat ze meespelen, maar die niet helder worden uitgesproken.
A
B
C
D
E

Vraag 14 Oude gebeurtenissen, gevoeligheden of eerdere teleurstellingen beïnvloeden nog hoe mensen reageren.

Vraag 14 Oude gebeurtenissen, gevoeligheden of eerdere teleurstellingen beïnvloeden nog hoe mensen reageren.
A
B
C
D
E

Vraag 15 Sommige patronen blijven terugkomen, ook nadat er al vaker over gesproken is.

Vraag 15 Sommige patronen blijven terugkomen, ook nadat er al vaker over gesproken is.
A
B
C
D
E

Wat is je naam?

Wat is je mailadres?

Wat is je telefoonnummer?

Wat is de bedrijfsnaam